Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

1 Korintiërs 1

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Van Paulus, geroepen tot apostel van de Gezalfde Jezus door de wil van God, en van onze broeder Sostenes, aan Gods gemeente te Korinte, aan hen die in de Gezalfde Jezus geheiligd en tot heiligen geroepen zijn. Dit geldt ook voor allen die op elke plaats, de hunne zowel als de onze, de naam van onze Heer Jezus de Gezalfde aanroepen. Aan jullie genade en vrede, van God onze Vader en van de Heer Jezus de Gezalfde.

Ik dank mijn God te allen tijde voor jullie, om de genade die God jullie in de Gezalfde Jezus geschonken heeft. Want in hem is jullie leven in alles rijk geworden, in ieder woord en alle kennis, juist doordat het getuigenis over de Gezalfde zich onder jullie heeft bevestigd. Zo ontbreekt het jullie aan geen enkele genadegave, terwijl jullie uitzien naar de openbaring van onze Heer Jezus de Gezalfde. En hij zal jullie tot het einde toe onwankelbaar houden, zodat je op de dag van onze Heer Jezus de Gezalfde vrij van blaam bent. God is trouw, en door hem zijn jullie geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon, Jezus de Gezalfde, onze Heer.

Ik doe een beroep op jullie, broeders en zusters, en wel bij de naam van onze Heer Jezus de Gezalfde: spreek allen eenstemmig. Laat er geen scheuringen onder jullie zijn, maar wees hecht aaneengesloten, één van denken en één van inzicht. Want de huisgenoten van Chloë hebben mij over jullie laten weten, broeders en zusters, dat er onder jullie ruzies spelen. Ik bedoel dit: ik sta achter Paulus, zegt de een; ik achter Apollos, de volgende; ik achter Kefas, een derde; en ik achter de Gezalfde, weer een ander. Is de Gezalfde soms opgedeeld? Is Paulus voor jullie gekruisigd? Of werden jullie gedoopt in de naam van Paulus? Ik ben dankbaar dat ik niemand van jullie heb gedoopt, op Krispus en Gajus na, zodat niemand kan beweren dat jullie in mijn naam zijn gedoopt. Ook het huis van Stefanas heb ik nog gedoopt; of ik verder nog iemand doopte, kan ik me niet herinneren. Want de Gezalfde heeft mij niet uitgezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en wel zonder gekunstelde welsprekendheid, want anders zou het kruis van de Gezalfde zijn kracht kwijtraken.

Want de boodschap van het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die gered worden is zij de kracht van God. Er staat immers geschreven: “De wijsheid van de wijzen zal ik verdelgen, het inzicht van de verstandigen zal ik verwerpen.” Waar is nu de wijze? Waar de geleerde in de Schrift? Waar de woordenstrijder van dit wereldtijdperk? Heeft God de wijsheid van de wereld niet tot dwaasheid gemaakt? Want toen de wereld, omringd door Gods wijsheid, God niet door eigen wijsheid leerde kennen, vond God het goed om wie geloven te redden door de dwaasheid van de verkondiging. Joden verlangen immers tekenen en Grieken zoeken wijsheid, maar wij verkondigen de Gezalfde, de gekruisigde: voor Joden een struikelblok, voor de volken dwaasheid, maar voor wie geroepen zijn, Jood zowel als Griek, is de Gezalfde Gods kracht en Gods wijsheid. Want wat dwaas is bij God, is wijzer dan de mensen, en wat zwak is bij God, is sterker dan de mensen.

Kijk maar naar je eigen roeping, broeders en zusters: niet veel van jullie zijn wijs naar de maatstaf van het vlees, niet veel machtig, niet veel van voorname afkomst. Nee, het onnozele in de ogen van de wereld heeft God verkoren om de wijzen te beschamen, en het krachteloze van de wereld verkoos hij om wat sterk is te schande te maken, en wat in de wereld gering en veracht is, heeft God uitgekozen, dat wat niets is, om zo wat iets is buiten werking te stellen, zodat geen sterveling zich voor God kan beroemen. Aan hem is het te danken dat jullie in de Gezalfde Jezus zijn, hij die van Godswege onze wijsheid is geworden: onze gerechtigheid, onze heiliging en onze verlossing, zodat het zou gaan zoals geschreven staat: “Wie zich beroemt, laat hij zich op de Heer beroemen.”

← begin1 Korintiërs 2 →