Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Deuteronomium 21

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Wanneer in het land dat de HEER, je God, je toebedeelt, ergens in het open veld een vermoorde ligt en niemand weet wie de dader is, dan trekken je oudsten en rechters eropuit om de afstand op te meten naar de steden rondom het slachtoffer. De oudsten van de stad die het dichtst bij de dode ligt, halen een jonge koe die nog nooit werk verrichtte of een juk droeg. Zij voeren die koe naar een dal met altijd stromend water, waar men niet ploegt of zaait, en breken haar daar in het dal de nek. Dan treden de priesters naar voren, de zonen van Levi, want hen koos de HEER, je God, uit om hem te dienen en in de naam van de HEER te zegenen; op hun woord wordt elk geschil en elke geweldszaak beslecht. Alle oudsten van die dichtstbijzijnde stad wassen boven de koe met de gebroken nek in het dal hun handen, en verklaren: ‘Onze handen hebben dit bloed niet vergoten en onze ogen hebben het niet zien gebeuren. Verzoen uw volk Israël, dat u hebt losgekocht, HEER, en leg geen onschuldig bloed uw volk ten laste.’ Daarmee is de bloedschuld voor hen verzoend. Op die manier zuiver je het onschuldige bloed uit je midden, doordat je doet wat juist is in de ogen van de HEER.

Wanneer je tegen je vijanden ten oorlog trekt, de HEER, je God, hen aan je uitlevert en jij onder hen gevangenen maakt, en je onder de gevangenen een mooie vrouw ziet op wie je verliefd raakt en die je tot vrouw wilt nemen, dan mag je haar mee naar huis nemen. Zij scheert haar hoofd kaal, knipt haar nagels en legt de kleren af waarin zij gevangen werd genomen. Een volle maand betreurt zij bij jou thuis haar vader en moeder; pas daarna deel je het bed met haar en word je haar echtgenoot, en zij jouw vrouw. Maar bevalt zij je later niet meer, dan moet je haar vrijuit laten vertrekken waarheen zij wil; verkopen voor geld mag je haar niet en als slavin behandelen evenmin, omdat je haar onteerd hebt.

Stel dat een man met twee vrouwen leeft, van wie hij de een bemint en de ander niet, en dat beiden hem een zoon schenken, terwijl de eerstgeborene van de onbeminde is, dan mag hij bij de boedelverdeling onder zijn zonen de zoon van de geliefde vrouw niet het eerstgeboorterecht toekennen ten koste van de zoon van de andere, die werkelijk de eerste is. Integendeel, hij erkent de echte eerstgeborene, de zoon van de niet-geliefde vrouw, met een dubbel aandeel in heel zijn bezit; die zoon is immers de eersteling van zijn kracht en heeft recht op het eerstgeboortedeel.

Heeft iemand een weerspannige, ongehoorzame zoon die niet naar zijn ouders luistert en zich ook na hun straf niet gewonnen geeft, dan grijpen zijn vader en moeder hem en brengen hem naar de oudsten bij de poort van zijn stad. Tegen die oudsten zeggen zij: ‘Deze zoon van ons is koppig en opstandig; hij geeft ons geen gehoor en leidt een losbandig, verkwistend leven.’ Dan stenigen alle mannen van zijn stad hem ter dood. Zo verwijder je het kwaad uit je midden, en heel Israël zal ervan horen en ontzag krijgen.

Wanneer iemand een misdaad heeft begaan waarop de doodstraf staat en na de terechtstelling aan een paal wordt gehangen, dan mag zijn lichaam daar niet de nacht doorbrengen; je begraaft hem nog diezelfde dag, want wie aan een paal hangt is door God vervloekt. Zo houd je het land dat de HEER, je God, je als erfbezit geeft, rein.

← Deuteronomium 20Deuteronomium 22 →