Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Jesaja 4

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Op die dag zullen zeven vrouwen zich aan één man vastklampen en zeggen: “Wij zorgen zelf voor ons brood en kleden ons met onze eigen kleren; laat ons enkel jouw naam dragen, neem toch de smaad van ons weg.”

Op die dag zal de loot die de HEER laat opschieten een en al pracht en luister zijn, en de opbrengst van het land wordt de trots en de sier van hen die in Israël aan de ondergang zijn ontsnapt. Al wie in Sion is achtergebleven en in Jeruzalem gespaard is, zal de naam heilig dragen, ieder die in Jeruzalem te boek staat als bestemd voor het leven. Dat gebeurt zodra de Heer de dochters van Sion van hun vuil heeft schoongewassen en het vergoten bloed uit het hart van Jeruzalem heeft weggespoeld met een adem die oordeelt en een adem die verzengt. Dan zal de HEER over de gehele berg Sion en over elke plek waar men samenkomt overdag een wolk laten ontstaan, en ’s nachts rook met de gloed van een laaiend vuur; want over heel die glorie zal een baldakijn gespannen zijn. Zij zal dienen als een loofhut die overdag schaduw biedt tegen de hitte, en als toevluchtsoord en schuilplaats tegen stortbui en regen.

← Jesaja 3Jesaja 5 →