Hoofdstuk
Jesaja 54
Jubel het uit, jij onvruchtbare die nooit hebt gebaard, breek los in gejuich en juich luidkeels, jij die geen barensweeën hebt gekend! Want de vrouw die verlaten is heeft meer kinderen dan zij die een man heeft, zegt de HEER. Vergroot de ruimte van je tent en laat de doeken van je woning zonder terughoudendheid wijd uitspannen; verleng je scheerlijnen en zet je tentharingen stevig vast. Want naar beide kanten, rechts en links, zul je je uitbreiden, en je nakomelingen zullen volken in bezit nemen en de ontvolkte steden opnieuw bevolken.
Wees niet bang, want je zult niet beschaamd staan, en voel je niet vernederd, want te schande zul je niet worden. Je zult de schaamte van je jeugd achter je laten en niet langer denken aan de smaad van je weduwschap. Want hij die je gemaakt heeft is je echtgenoot; zijn naam luidt de HEER van de hemelse legermachten, je bevrijder is de Heilige van Israël, die de God van heel de aarde wordt genoemd. Ja, de HEER heeft je teruggeroepen als een in de steek gelaten vrouw met een bedroefd gemoed, als een jonge echtgenote die verstoten dreigde te worden, zegt je God. Voor een kort moment heb ik je losgelaten, maar met een diepe ontferming haal ik je weer bij me terug. In een uitbarsting van woede heb ik voor even mijn gezicht voor je verborgen, maar met een liefde die eeuwig duurt zal ik mij over je ontfermen, zegt de HEER, je bevrijder. Dit is voor mij als de dagen van Noach: zoals ik toen heb gezworen dat het water van Noach de aarde nooit meer zou overspoelen, zo zweer ik nu dat ik niet langer woedend op je zal zijn en je niet meer zal bestraffen. Al zouden de bergen van hun plaats wijken en de heuvels aan het wankelen slaan, mijn trouw aan jou wijkt niet en mijn verbond van vrede zal niet aan het wankelen worden gebracht, zegt de HEER, die zich over je ontfermt.
Rampzalige stad, door stormen gebeukt en zonder troost, luister: ik zal je stenen in schitterend hardsteen zetten en je fundamenten van saffier leggen. Je torentransen maak ik van robijn, je poorten van fonkelend kristal en je hele omwalling van edelgesteente. Al je kinderen zullen leerlingen van de HEER zijn, en groot zal de vrede zijn die je kinderen ten deel valt. Op een fundament van gerechtigheid zul je stevig staan. Houd je ver van onderdrukking, want je hebt niets te vrezen, en ver van angst, want die zal je niet overvallen. Mocht iemand je toch bestoken, dan gebeurt dat buiten mij om; wie zich tegen je keert, zal daardoor zelf ten val komen. Kijk, ik ben het die de smid heb geschapen, die de gloeiende kolen opstookt en er wapens uit smeedt voor zijn werk; en ik ben het ook die de vernietiger heb gemaakt om verwoesting aan te richten. Geen enkel wapen dat tegen jou wordt gesmeed zal doel treffen, en elke tong die je voor de rechter aanklaagt zul je als leugenachtig ontmaskeren. Dit alles vormt het erfdeel dat de dienaren van de HEER toekomt, en het recht dat ze ontvangen komt van mij, luidt de uitspraak van de HEER.