Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Kolossenzen 3

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Als jullie dan samen met de Gezalfde zijn opgewekt, richt je dan op wat boven is, waar de Gezalfde zetelt aan Gods rechterhand. Houd je gedachten bij wat boven is, niet bij het aardse. Jullie zijn immers gestorven, en jullie leven ligt nu samen met de Gezalfde verborgen in God. Wanneer de Gezalfde verschijnt, die jullie leven is, dan zullen ook jullie met hem verschijnen, omgeven door glorie.

Maak daarom een einde aan alles wat in jullie nog aards is: ontucht, onreinheid, hartstocht, verkeerd verlangen en hebzucht, die neerkomt op afgoderij. Om zulke dingen komt de toorn van God over hen die weigeren te gehoorzamen. Ook jullie zijn ooit die weg gegaan, toen je leven daardoor beheerst werd. Maar nu moeten ook jullie dit allemaal wegdoen: woede, opvliegendheid, boosaardigheid, laster en schunnige taal uit je mond. Bedrieg elkaar niet meer, want je hebt de oude mens met al zijn gewoonten uitgetrokken en de nieuwe mens aangetrokken, die naar het beeld van zijn schepper voortdurend vernieuwd wordt en zo tot ware kennis komt. Daar telt geen onderscheid meer tussen Griek en Jood, besneden en onbesneden, barbaar, Skyth, slaaf of vrije; nee, de Gezalfde is alles, en in allen.

Bekleed je dan, als Gods uitverkorenen, heilig en geliefd, met een hart vol erbarmen, met vriendelijkheid, nederigheid, zachtaardigheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar wanneer de een de ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer jullie vergeven heeft, zo moeten ook jullie dat doen. En trek over dit alles heen de liefde aan, die alles tot een volmaakte eenheid samenbindt. Laat de vrede van de Gezalfde in jullie hart de doorslag geven; daartoe zijn jullie immers geroepen, als leden van één lichaam. En wees dankbaar. Laat het woord van de Gezalfde rijkelijk bij jullie zijn intrek nemen. Onderricht en bemoedig elkaar met alle wijsheid, en zing van harte voor God: psalmen, hymnen en liederen die de Geest ingeeft, uit dankbaarheid. En bij alles wat je zegt of doet: laat het gebeuren in de naam van de Heer Jezus, terwijl je door hem God de Vader dankt.

Vrouwen, voeg je naar je man, zoals het past bij wie de Heer toebehoren. Mannen, heb je vrouw lief en wees niet hardvochtig tegen haar. Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want daar heeft de Heer welgevallen aan. Vaders, treiter je kinderen niet, anders raken ze de moed kwijt. Slaven, gehoorzaam in alles je aardse meesters, niet met ogendienst om bij mensen in de gunst te komen, maar met een oprecht hart, uit ontzag voor de Heer. Wat je ook onderneemt, doe het van ganser harte, alsof het voor de Heer is en niet voor mensen, in het besef dat je van de Heer je erfenis als beloning zult ontvangen. Het is de Heer, de Gezalfde, die jullie dienen. Want wie onrecht bedrijft, krijgt terug wat hij misdeed; daarbij wordt geen aanzien des persoons gemaakt.

← Kolossenzen 2Kolossenzen 4 →