Hoofdstuk
Maleachi 2
En nu, priesters, is dit bevel voor jullie bestemd. Geven jullie geen gehoor en zetten jullie er je hart niet op om mijn naam te eren, zegt de HEER van de hemelse legermachten, dan stuur ik de vloek op jullie af en verander ik jullie zegeningen in een vloek; ja, ik heb ze al vervloekt, want jullie trekken het je niet aan. Let op, ik ga jullie nageslacht een halt toeroepen en ik smijt jullie de mest in het gezicht, de mest van jullie feestoffers, en men zal jullie samen met die mest weghalen. Dan zullen jullie inzien dat ik dit bevel naar jullie heb gestuurd, zodat mijn verbond met Levi in stand blijft, zegt de HEER van de hemelse legermachten.
Het verbond dat ik met hem sloot, was er een van leven en vrede, en die schonk ik hem zodat hij ontzag zou hebben; en werkelijk, hij had ontzag voor mij en boog eerbiedig voor mijn naam. Betrouwbare onderwijzing lag op zijn tong en op zijn lippen was geen onrecht te vinden; in vrede en oprechtheid ging hij met mij mee, en velen bracht hij van hun wandaden terug. De lippen van een priester horen immers kennis te bewaren, en bij hem zoekt men onderwijzing, want hij is de bode van de HEER van de hemelse legermachten.
Maar jullie zijn van de weg afgedwaald; door jullie onderwijzing hebben jullie velen laten struikelen en het verbond met Levi geschonden, zegt de HEER van de hemelse legermachten. Om die reden heb ook ik jullie bij heel het volk verachtelijk gemaakt en vernederd, want mijn wegen bewandelen jullie niet en in de onderwijzing trekken jullie partij.
Hebben wij niet allen dezelfde vader? Heeft niet één en dezelfde God ons geschapen? Waarom zijn wij dan trouweloos tegenover elkaar en ontheiligen wij het verbond van onze voorouders? Juda is trouweloos geweest, en in Israël en Jeruzalem is iets gruwelijks gebeurd; Juda heeft immers ontwijd wat heilig is voor de HEER en wat hij liefheeft, door te trouwen met de dochter van een vreemde god. Laat de HEER ieder die zoiets doet, wie het ook is, uit de tenten van Jakob wegvagen, ook al brengt zo iemand nog een offer aan de HEER van de hemelse legermachten.
Daar komt dit nog eens bovenop: jullie overspoelen het altaar van de HEER met tranen, gehuil en geklaag, omdat hij zich niet langer naar jullie offer toewendt en het niet meer welwillend uit jullie hand aanvaardt. Toch vragen jullie: “Waarom niet?” Omdat de HEER getuige was tussen jou en de vrouw van je jeugd, tegen wie jij ontrouw bent geweest, terwijl zij je levensgezellin is en de vrouw van je verbond. Heeft die Ene hen niet gemaakt, met een rest van levensadem in hen? En wat verlangt die Ene? Nageslacht dat God toegewijd is. Waak dus over je eigen geest en pleeg geen trouwbreuk tegen de vrouw van je jeugd. Want ik veracht het verstoten van een vrouw, zegt de HEER, de God van Israël, evenals hem die zijn kleed met geweld bezoedelt, zegt de HEER van de hemelse legermachten. Waak daarom over je geest en wees niet trouweloos.
Jullie hebben de HEER met jullie woorden uitgeput. En jullie vragen: “Waarmee hebben wij hem dan uitgeput?” Doordat jullie beweren: “Ieder die kwaad bedrijft, is goed in de ogen van de HEER, en in zulke mensen schept hij genoegen”; of: “Waar blijft dan de God van het recht?”