Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 116

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

De HEER draag ik een warm hart toe, want hij luistert naar mijn stem als ik smeek om ontferming.

Omdat hij zijn oor naar mij toe boog, blijf ik hem aanroepen zolang ik adem.

Doodsbanden hadden zich om mij heen geslagen, de verschrikkingen van het dodenrijk hielden mij vast, en ik liep vast in benauwing en verdriet.

Toen deed ik een beroep op de naam van de HEER en smeekte: “Ach HEER, red mijn leven toch!”

Vol genade is de HEER en rechtvaardig;
onze God is een en al mededogen.

De HEER beschermt wie argeloos zijn;
toen ik was uitgeput, bracht hij mij redding.

Vind je rust weer terug, mijn ziel, want de HEER heeft je met goedheid overladen.

U immers hebt mijn leven weggetrokken bij de dood vandaan, mijn ogen bij de tranen, mijn voet bij het struikelen.

Voor het oog van de HEER wil ik mijn weg gaan in het land waar de levenden wonen.

Ik ben blijven vertrouwen, ook toen ik sprak: “Diep gebukt ging ik onder mijn ellende.”

In mijn vertwijfeling ontviel mij: “Op geen enkel mens valt te bouwen.”

Hoe kan ik de HEER vergelden wat hij mij allemaal aan goeds heeft bewezen?

Ik zal de beker van de bevrijding omhoogheffen en de naam van de HEER uitroepen.

Wat ik de HEER beloofd heb, zal ik inlossen, in het bijzijn van heel zijn volk.

Van grote waarde is in de ogen van de HEER het sterven van wie hem toegewijd zijn.

Ach HEER, ik ben immers uw knecht, uw knecht, geboren uit uw dienstmaagd;
u hebt mijn ketenen losgemaakt.

Aan u zal ik een offer van dank opdragen en de naam van de HEER uitroepen.

Wat ik de HEER beloofd heb, zal ik inlossen, in het bijzijn van heel zijn volk,

op de voorpleinen van het huis van de HEER, binnen jouw muren, Jeruzalem. Halleluja!

← Psalm 115Psalm 117 →