Psalm
Psalm 118
Dank de HEER, want goed is hij, want eeuwig houdt zijn trouw stand.
Laat Israël het uitspreken: “Eeuwig houdt zijn trouw stand.”
Laat het huis van Aäron het uitspreken: “Eeuwig houdt zijn trouw stand.”
Laten allen die ontzag voor de HEER hebben het uitspreken: “Eeuwig houdt zijn trouw stand.”
Ingeklemd door benauwenis riep ik de Heer;
de Heer gaf mij antwoord en zette mij in de ruimte.
Met de HEER aan mijn kant ken ik geen angst;
wat zou een mens mij kunnen aandoen?
De HEER staat mij bij, hij is onder mijn helpers;
op wie mij haten zal ik neerkijken.
Beter is het te schuilen bij de HEER dan je vertrouwen te stellen in een mens.
Beter is het te schuilen bij de HEER dan je vertrouwen te stellen in machthebbers.
Van alle kanten werd ik door volken omsingeld;
met de naam van de HEER als wapen sloeg ik ze terug.
Zij drongen om mij samen, ja, zij sloten mij in;
met de naam van de HEER als wapen sloeg ik ze terug.
Als een bijenzwerm zwermden zij om mij heen, maar zij doofden uit als vuur in dorens;
met de naam van de HEER als wapen sloeg ik ze terug.
Je hebt mij een harde duw gegeven om mij te laten vallen, maar de HEER kwam mij te hulp.
Mijn sterkte en mijn lofzang is de Heer;
hij werd mijn redding.
Luister, in de tenten van de rechtvaardigen klinkt gejubel om de overwinning: “De rechterhand van de HEER verricht grootse daden,
de rechterhand van de HEER heft zich hoog omhoog, de rechterhand van de HEER verricht grootse daden.”
Sterven zal ik niet, ik zal in leven blijven en vertellen wat de Heer heeft gedaan.
Hard heeft de Heer mij terechtgewezen, maar aan de dood leverde hij mij niet uit.
Doe voor mij de poorten van de gerechtigheid open;
ik wil er binnengaan en de Heer danken.
Hier is de poort die naar de HEER leidt;
hierdoor treden de rechtvaardigen binnen.
Ik dank u, omdat u mij antwoord gaf en mijn redding werd.
De steen die de bouwlieden weggooiden, is juist de hoeksteen geworden.
Dit is het werk van de HEER;
wonderbaarlijk staat het ons voor ogen.
Dit is de dag die de HEER gemaakt heeft;
laten wij jubelen en er blij mee zijn.
Ach HEER, breng toch verlossing! Ach HEER, schenk toch voorspoed!
Gezegend is hij die komt met de naam van de HEER;
vanuit het huis van de HEER spreken wij zegen over u uit.
De HEER is God, en hij heeft ons zijn licht geschonken. Bind het feestoffer met koorden vast, helemaal tot aan de hoorns van het altaar.
U bent mijn God, en u wil ik danken;
mijn God, u wil ik hoog verheffen.
Dank de HEER, want goed is hij, want eeuwig houdt zijn trouw stand.