Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 14

Voor de koorleider; van David.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Bij zichzelf zegt de dwaas: “Er bestaat geen God.” Bedorven zijn zij, en weerzinwekkend is wat zij uitrichten;
niemand is er die het goede doet.

Vanuit de hemel buigt de HEER zich over de mensenkinderen, speurend of er één met verstand is, één die naar God vraagt.

Zij zijn allemaal van de weg geraakt en samen ontaard;
er is niemand die goeddoet, echt niet één enkele.

Beseffen zij dan werkelijk niets, al die onrechtplegers, die mijn volk verorberen zoals men brood verorbert, en die de HEER niet aanroepen?

Daar slaat hun de schrik om het hart, want God schaart zich bij het geslacht van de rechtvaardigen.

Het voornemen van de arme willen jullie te schande maken, maar de HEER blijft zijn schuilplaats.

Laat uit Sion toch de redding voor Israël komen! Wanneer de HEER het lot van zijn volk ten goede keert, dan jubelt Jakob en verheugt Israël zich.

← Psalm 13Psalm 15 →