Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 17

Een gebed van David.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Luister, HEER, naar een rechtvaardige zaak, sla acht op mijn geroep;
leen het oor aan mijn gebed, dat niet over bedrieglijke lippen komt.

Laat het oordeel over mij van u uitgaan, en laten uw ogen zien wat billijk is.

U hebt mijn hart onderzocht en het in de nacht nagevorst, u hebt mij in het vuur beproefd en niets verkeerds aangetroffen;
ik heb mij voorgenomen dat mijn mond zich niet vergrijpt.

Bij alles wat mensen uitrichten heb ik mij, gehoorzaam aan het woord van uw lippen, verre gehouden van de paden van wie geweld pleegt.

Mijn voetstappen bleven in uw sporen staan, en mijn voeten zijn niet gaan wankelen.

Tot u richt ik mijn roep, God, in het vertrouwen dat u mij verhoort;
buig u naar mij toe en luister naar mijn woorden.

Laat uw trouw op wonderlijke wijze schitteren, u die met uw rechterhand redding brengt aan wie voor hun belagers een schuilplaats zoeken.

Waak over mij als over de appel van uw oog, en verberg mij in de schaduw van uw vleugels,

ver van de goddelozen die mij naar het leven staan, van mijn doodsvijanden die mij belust omsingelen.

Hun ongevoelige hart hebben zij dichtgesloten, en met hun mond spreken zij hoogmoedige taal.

Nu zitten zij ons bij elke stap op de hielen, hun ogen erop gericht ons tegen de grond te werpen.

Hij lijkt op een leeuw die naar zijn prooi hunkert, op een jonge leeuw die in het verborgene op de loer ligt.

Sta op, HEER, ga hem tegemoet en druk hem neer;
bevrijd met uw zwaard mijn leven uit de macht van de goddeloze,

met uw hand van deze mannen, HEER, van de mensen van deze wereld, wier deel enkel in dit leven ligt. Vul hun buik met wat u voor hen achterhoudt;
laat hun kinderen ervan verzadigd raken en de rest nog aan hun kleinkinderen nalaten.

Maar ík zal in gerechtigheid uw gelaat te zien krijgen;
bij het ontwaken zal ik mij verzadigen aan uw aanblik.

← Psalm 16Psalm 18 →