Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 44

Voor de koorleider; een maskil van de zonen van Korach.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

God, wij vernamen het met eigen oren, want onze voorouders deden het ons uit de doeken: de daden die u volbracht in hun tijd, in lang vervlogen dagen.

Met uw eigen hand hebt u volken van hun erfgrond beroofd, maar dit volk hebt u geplant;
naties bracht u ten val, maar aan dit volk gaf u ruimte om te groeien.

Niet door hun zwaard kregen zij het land in handen, niet hun eigen arm gaf hun de zege, maar het was uw rechterhand, uw arm, het stralen van uw gelaat, omdat u hun genegen was.

U bent mijn koning, o God;
beveel toch de bevrijding van Jakob.

Met u aan onze zij stoten wij onze belagers omver;
door uw naam vertreden wij wie tegen ons opstaan.

Op mijn boog stel ik mijn vertrouwen niet, en mijn zwaard bezorgt mij geen redding.

U was het die ons verloste van onze belagers, en wie ons haatten hebt u beschaamd.

Heel de dag beroemen wij ons op God, en uw naam zullen wij eeuwig prijzen. Sela

En toch hebt u ons verworpen en vernederd;
u rukt niet langer uit aan het hoofd van onze legers.

U laat ons terugdeinzen voor de vijand, en wie ons haten plunderen naar believen.

Als slachtschapen geeft u ons prijs, en onder de volken hebt u ons uiteengedreven.

Voor een schijntje verkoopt u uw volk, en aan die opbrengst hebt u niets verdiend.

U maakt ons tot smaad voor onze buren, tot bespotting en hoon voor allen om ons heen.

U maakt ons tot een spotwoord bij de volken;
bij de naties schudden zij meewarig over ons het hoofd.

Aldoor heb ik mijn vernedering voor ogen, en het schaamrood bedekt mijn gelaat,

vanwege wie mij honend en smadend toeroepen, vanwege de aanblik van vijand en wraakzuchtige.

Dit alles trof ons, en toch hebben wij u niet vergeten, uw verbond niet ontrouw geschonden.

Ons hart deinsde niet terug, onze voetstappen dwaalden niet af van uw weg,

ook al vergruizelde u ons in een verblijf van jakhalzen en hebt u ons met dichte duisternis toegedekt.

Waren wij de naam van onze God vergeten en hadden wij onze handen geheven naar een uitheemse god,

zou God daar niet achter komen? Hij doorziet toch wat in het hart verborgen ligt.

Nee, om uwentwil worden wij dag na dag gedood, men beschouwt ons als schapen bestemd voor de slacht.

Schud de slaap van u af! Waarom sluimert u, Heer? Word wakker, verwerp ons niet voorgoed!

Waarom houdt u uw gelaat verborgen en vergeet u onze nood en verdrukking?

Onze ziel ligt immers neergedrukt in het stof, ons lijf kleeft vast aan de grond.

Rijs op, snel ons te hulp, en koop ons vrij omwille van uw trouw.

← Psalm 43Psalm 45 →