Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 58

Voor de koorleider. Op de wijze van ‘Verderf niet’. Van David, een miktam.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Spreken jullie inderdaad recht, gezaghebbers? Vellen jullie een eerlijk oordeel over de mensen?

Integendeel, met opzet beramen jullie kwaad in je hart;
jullie handen banen het geweld een weg door het land.

Al vanaf de moederschoot zijn de goddelozen ontspoord, van hun geboorte af dolen zij rond, met leugens op de lippen.

Hun venijn lijkt op het gif van een slang, op dat van een dove adder die zijn oor dichtstopt,

die geen gehoor geeft aan de stem van bezweerders, hoe bedreven de spreukenkenner ook te werk gaat.

God, sla hun de tanden uit de mond;
breek de hoektanden van de jonge leeuwen stuk, HEER!

Laat hen wegsijpelen als water dat verloopt;
spant hij zijn boog, laat zijn pijlen dan afgestompt zijn.

Laat hen zijn als een slak die al kruipend uiteenvloeit, als een misgeboorte die de zon nooit te zien krijgt.

Nog voordat jullie ketels de doornstruik gewaarworden, groen of al gloeiend, blaast hij hen als in een wervelwind weg.

De rechtvaardige zal opgetogen zijn wanneer hij de vergelding ziet;
hij baadt zijn voeten in het bloed van de goddeloze.

En de mensen zullen zeggen: “Zeker, de rechtvaardige plukt vrucht;
zeker, er is een God die op aarde recht spreekt.”

← Psalm 57Psalm 59 →