Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 88

Een lied, een psalm van de zonen van Korach. Voor de koorleider, op de wijze van Machalat Leannot. Een onderwijzing van Heman de Ezrachiet.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

HEER, God die mij redt, overdag heb ik geroepen;
ook de nacht door sta ik in uw aanwezigheid.

Laat mijn gebed tot u doordringen, buig uw oor naar mijn geroep.

Want mijn ziel heeft haar bekomst van ellende, en mijn leven nadert het dodenrijk.

Men rekent mij al bij hen die in de groeve neerdalen;
ik ben als iemand die alle kracht kwijt is.

Losgelaten tussen de gestorvenen, als gesneuvelden die in het graf zijn gelegd, aan wie u niet meer denkt, van uw hand afgesneden.

U hebt mij in de onderste groeve neergelegd, in het donker, in de afgronden.

Zwaar rust uw woede op mij, en met heel uw branding hebt u mij bedolven. Sela

Mijn naasten hebt u ver van mij verdreven en mij tot een afschuw voor hen gemaakt;
ik zit opgesloten en kan er niet uit.

Mijn ogen zijn verduisterd van ellende. Elke dag roep ik u aan, HEER, en strek mijn handen naar u uit.

Verricht u soms wonderen voor de doden? Komen de schimmen overeind om u te prijzen? Sela

Wordt er in het graf van uw goedheid verhaald, van uw trouw in het oord van de ondergang?

Zijn uw wonderen bekend in de duisternis, uw gerechtigheid in het land waar alles vergeten is?

Maar ik, HEER, ik roep u om hulp, en bij het ochtendgloren komt mijn gebed u al tegemoet.

Waarom, HEER, wijst u mij af en houdt u uw gelaat voor mij verborgen?

Ellendig ben ik, doodziek al sinds mijn jeugd;
ik torst uw verschrikkingen en weet geen raad meer.

Uw laaiende toorn is over mij heengegaan, en uw verschrikkingen hebben mij gesloopt.

De hele dag omspoelen zij mij als water en sluiten mij van alle kanten in.

Vriend en verwant hebt u bij mij vandaan gejaagd;
het duister is mijn enige gezel geworden.

← Psalm 87Psalm 89 →