Hoofdstuk
Efeziërs 5
Volg dus het voorbeeld van God, want jullie zijn de kinderen van wie hij houdt, en laat de liefde jullie leven bepalen, zoals ook de Gezalfde ons heeft liefgehad en zich voor ons heeft overgegeven, als een offergave met een geur die God behaagt.
Ontucht, onreinheid in welke vorm ook en hebzucht mogen bij jullie zelfs niet ter sprake komen; dat past nu eenmaal niet bij heiligen. Datzelfde geldt voor schuttingtaal, dwaas geklets en platvloerse grappen; dat hoort niet thuis. Laat er in plaats daarvan dank klinken. Want dit weten jullie heel goed: geen ontuchtige, onreine of hebzuchtige krijgt een erfdeel in het koninkrijk van de Gezalfde en van God; zo iemand is namelijk een afgodendienaar. Laat je door niemand met holle praat om de tuin leiden, want juist daarom komt Gods toorn neer op de mensen die weigeren te gehoorzamen. Doe dus niet met hen mee, want ooit waren jullie duisternis, maar nu, in de Heer, zijn jullie licht. Gedraag je dan als kinderen van het licht, want het licht draagt enkel goedheid, gerechtigheid en waarheid als vrucht. Onderzoek daarbij steeds wat de Heer graag ziet, en heul niet mee met de vruchteloze praktijken van de duisternis, maar breng ze juist aan het licht. Want wat daar heimelijk gebeurt, is te schandelijk om zelfs maar te benoemen. Maar zodra iets door het licht wordt blootgelegd, wordt het zichtbaar, en alles wat zichtbaar wordt, is zelf licht. Daarom klinkt het: “Ontwaak, jij die slaapt, sta op uit de dood, en de Gezalfde zal je met zijn licht bestralen.”
Let dus nauwkeurig op hoe je je leven leidt, niet als iemand zonder verstand maar als een wijs mens, en maak goed gebruik van de tijd die je hebt, want het zijn kwade dagen. Wees daarom niet onbezonnen, maar zie in wat de Heer wil. Bedrink je niet aan wijn, want dat leidt tot uitspatting; laat je in plaats daarvan vervullen met de Geest. Spreek elkaar toe met psalmen, hymnen en liederen die de Geest ingeeft; zing en musiceer met heel je hart voor de Heer, en dank altijd en voor alles God de Vader, in de naam van onze Heer Jezus de Gezalfde. Voeg je naar elkaar uit ontzag voor de Gezalfde.
Vrouwen, schik je naar je eigen man als naar de Heer, want de man vormt het hoofd van de vrouw, net zoals de Gezalfde het hoofd is van de gemeente; hij is de redder van dat lichaam. En zoals de gemeente zich onderschikt aan de Gezalfde, zo ook de vrouwen aan hun man, en dat in alles. Mannen, heb je vrouw lief, zoals ook de Gezalfde de gemeente heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven, om haar te heiligen. Hij heeft haar gereinigd met het waterbad en het woord dat daarbij klinkt. Zo wilde hij de gemeente in volle glans naast zich stellen: zonder smet, zonder rimpel, zonder enig gebrek, maar heilig en onberispelijk. Zo zijn ook de mannen het verplicht: hun vrouw liefhebben als hun eigen lichaam. Immers, wie van zijn vrouw houdt, houdt van zichzelf; niemand heeft immers ooit zijn eigen lichaam gehaat. Je voedt en verzorgt het juist, precies zoals de Gezalfde dat met de gemeente doet, omdat wij de ledematen van zijn lichaam zijn. “Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en de twee zullen één vlees worden.” Dit geheim is groot; ik doel daarmee op de Gezalfde en de gemeente. Hoe dan ook, ook voor jullie geldt: laat ieder van zijn vrouw houden als van zichzelf, en laat de vrouw haar man met ontzag bejegenen.