Hoofdstuk
Efeziërs 6
Kinderen, gehoorzaam je ouders in de Heer, want dat is niet meer dan juist. “Eer je vader en je moeder.” Dit is het eerste gebod dat gepaard gaat met een belofte, namelijk dat het je goed zal gaan en dat je lang zult leven op aarde. En vaders, maak je kinderen niet nijdig, maar breng ze groot met de vorming en het onderricht van de Heer.
Slaven, gehoorzaam je aardse meesters met ontzag en beven, in de oprechtheid van je hart, alsof je de Gezalfde dient. Doe dat niet met ogendienst, om bij mensen in de gunst te komen, maar als slaven van de Gezalfde die van harte de wil van God volbrengen. Verricht je werk met toewijding, alsof het voor de Heer is en niet voor mensen, want je weet dat de Heer ieder die iets goeds doet ervoor zal belonen, of hij nu slaaf is of vrij. En meesters, ga op dezelfde manier met hen om. Zie af van dreigementen, want je weet dat hun én jullie eigen Meester in de hemel is, en dat hij niemand voortrekt.
Ten slotte: put kracht uit de Heer en uit zijn overweldigende sterkte. Trek de volledige wapenrusting van God aan; dan kun je standhouden tegen de listige aanvallen van de duivel. Onze strijd gaat immers niet tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen en de machten, tegen de heersers van deze duistere wereld, tegen de kwaadaardige geesten in de hemelse gewesten. Neem daarom Gods volledige wapenrusting ter hand, zodat je op de dag van het kwaad tegenstand kunt bieden en overeind blijft wanneer je alles hebt doorstaan. Houd dus stand: gord je om met de waarheid, doe de gerechtigheid aan als een harnas, en trek als schoeisel de bereidheid aan om het goede nieuws van de vrede te brengen. Draag bij dit alles het geloof als schild; daarmee kun je alle vurige pijlen van de boze doven. Ontvang ook de redding als een helm, en neem het zwaard dat de Geest je geeft: het woord van God. Bid onophoudelijk, bij elke gelegenheid, in de Geest, met gebeden en smeekbeden van allerlei aard. Blijf daarin wakker en volhardend, en bid voor alle heiligen. Bid ook voor mij: dat ik, als ik mijn mond opendoe, de juiste woorden krijg om vrijmoedig het geheim van het evangelie bekend te maken. Als gezant zit ik ervoor in de boeien. Bid dat ik erover durf te spreken zoals het van mij gevraagd wordt.
Ook jullie moeten weten hoe het met mij staat en waar ik mee bezig ben; daarom zal Tychikus jullie alles vertellen. Hij is een geliefde broeder en een trouwe dienaar in de Heer. Ik stuur hem juist hierom naar jullie toe: om jullie te laten weten hoe het met ons staat, en om jullie hart te bemoedigen. Vrede aan de broeders en zusters, en liefde vergezeld van geloof, van God de Vader en de Heer Jezus de Gezalfde. Genade zij met allen die onze Heer Jezus de Gezalfde onvergankelijk blijven liefhebben.