Koningen van Israël en Juda
De jaartallen zijn bij benadering en worden door onderzoekers verschillend berekend. Hier staan alleen afgeronde perioden. De koningen staan in de volgorde van hun regering. Sommige koningen hebben in Israël en Juda dezelfde naam, en een paar hebben in Kronieken een andere naam dan in Koningen. Na de dood van Saul regeerde zijn zoon Isboset twee jaar over Israël, terwijl David in Hebron koning was over Juda (2 Samuël 2-4).
Het ongedeelde rijk
| Koning | Te lezen in | Opmerking |
|---|---|---|
| Saul | 1 Samuël 9-31; 1 Kronieken 10 | |
| David | 1 Samuël 16 tot 2 Samuël 24; 1 Koningen 1-2; 1 Kronieken 11-29 | |
| Salomo | 1 Koningen 1-11; 2 Kronieken 1-9 |
Noordrijk Israël
| Koning | Te lezen in | Opmerking |
|---|---|---|
| Jerobeam | 1 Koningen 11-14 | de eerste koning van het noordrijk |
| Nadab | 1 Koningen 15 | |
| Basa | 1 Koningen 15-16 | |
| Ela | 1 Koningen 16 | |
| Zimri | 1 Koningen 16 | regeerde zeven dagen |
| Omri | 1 Koningen 16 | Tibni was kort zijn tegenstander; Omri bouwde Samaria |
| Achab | 1 Koningen 16-22 | de tijd van de profeet Elia |
| Achazja | 1 Koningen 22; 2 Koningen 1 | |
| Joram | 2 Koningen 1, 3 en 9 | zoon van Achab; niet te verwarren met Joram van Juda |
| Jehu | 2 Koningen 9-10 | |
| Joachaz | 2 Koningen 13 | zoon van Jehu; niet te verwarren met Joachaz van Juda |
| Joas | 2 Koningen 13-14 | zoon van Joachaz; niet te verwarren met Joas van Juda |
| Jerobeam (de tweede) | 2 Koningen 14 | zoon van Joas |
| Zacharia | 2 Koningen 15 | |
| Sallum | 2 Koningen 15 | regeerde een maand |
| Menahem | 2 Koningen 15 | |
| Pekachja | 2 Koningen 15 | |
| Pekach | 2 Koningen 15 | |
| Hosea | 2 Koningen 15 en 17 | de laatste koning van Israël |
Zuidrijk Juda
| Koning | Te lezen in | Opmerking |
|---|---|---|
| Rechabeam | 1 Koningen 12 en 14; 2 Kronieken 10-12 | zoon van Salomo |
| Abiam | 1 Koningen 14:31 tot 15:8; 2 Kronieken 13 | in Kronieken heet hij Abia |
| Asa | 1 Koningen 15; 2 Kronieken 14-16 | |
| Josafat | 1 Koningen 22; 2 Kronieken 17-20 | |
| Joram | 2 Koningen 8; 2 Kronieken 21 | zoon van Josafat; niet te verwarren met Joram van Israël |
| Achazja | 2 Koningen 8-9; 2 Kronieken 22 | niet te verwarren met Achazja van Israël |
| Atalja (koningin) | 2 Koningen 11; 2 Kronieken 22-23 | de enige vrouw die over Juda regeerde |
| Joas | 2 Koningen 12; 2 Kronieken 24 | niet te verwarren met Joas van Israël |
| Amasja | 2 Koningen 14; 2 Kronieken 25 | |
| Azarja (ook Uzzia genoemd) | 2 Koningen 14-15; 2 Kronieken 26 | in 2 Koningen 15:13 en 15:30-34, in Kronieken en bij de profeten heet hij Uzzia |
| Jotam | 2 Koningen 15; 2 Kronieken 27 | |
| Achaz | 2 Koningen 16; 2 Kronieken 28 | |
| Hizkia | 2 Koningen 18-20; 2 Kronieken 29-32 | |
| Manasse | 2 Koningen 21; 2 Kronieken 33 | |
| Amon | 2 Koningen 21; 2 Kronieken 33 | |
| Josia | 2 Koningen 22-23; 2 Kronieken 34-35 | |
| Joachaz | 2 Koningen 23; 2 Kronieken 36 | ook Sallum genoemd (1 Kronieken 3:15; Jeremia 22:11); niet te verwarren met Joachaz van Israël |
| Jojakim | 2 Koningen 23-24; 2 Kronieken 36 | eerst Eljakim genoemd (2 Koningen 23:34) |
| Jojachin | 2 Koningen 24-25; 2 Kronieken 36 | |
| Sedekia | 2 Koningen 24-25; 2 Kronieken 36 | eerst Mattanja genoemd (2 Koningen 24:17); de laatste koning van Juda |
Hoofdgebeurtenissen
| Tijd | Gebeurtenis | Te lezen in |
|---|---|---|
| rond 930 voor Christus | De splitsing van het rijk: de tien noordelijke stammen kiezen Jerobeam, Juda en Benjamin blijven bij Rechabeam. | 1 Koningen 12; 2 Kronieken 10 |
| rond 722 voor Christus | De val van Samaria: Israël wordt door Assyrië veroverd en het volk weggevoerd. | 2 Koningen 17 |
| rond 587 of 586 voor Christus | De val van Jeruzalem: Juda wordt door Babel veroverd, de tempel verwoest en het volk weggevoerd. | 2 Koningen 24-25; 2 Kronieken 36 |
| rond 538 voor Christus | De eerste terugkeer: Kores, koning van Perzië, geeft de ballingen toestemming terug te keren en de tempel te herbouwen. | Ezra 1-2 |