Woordanker leesuitgave←

Tijd en feesten

De dag

MomentUitleg
Begin van de dagDe Joodse dag telde van zonsondergang tot zonsondergang. De uren overdag werden geteld vanaf zonsopgang, rond zes uur 's ochtends.
Het derde uurOngeveer negen uur 's ochtends.
Het zesde uurOngeveer twaalf uur 's middags.
Het zevende uurOngeveer één uur 's middags (Johannes 4:52).
Het negende uurOngeveer drie uur 's middags, de tijd van het gebed en het namiddagoffer (Handelingen 3:1).
NachtwakenDe nacht was verdeeld in nachtwaken. In het Oude Testament waren het er drie (de middelste nachtwake in Richteren 7:19), in het Nieuwe Testament vier, zoals de vierde nachtwake in Matteüs 14:25. Die duurde van ongeveer drie tot zes uur 's ochtends.
De uren zijn schattingenDe uren waren korter in de winter en langer in de zomer, dus de omrekening is bij benadering.

De week en het jaar

De week telde zeven dagen. De zevende dag is de sabbat, een rustdag van vrijdagavond bij zonsondergang tot zaterdagavond. De dag voor de sabbat heet voorbereidingsdag. De eerste dag van de week is onze zondag, de dag waarop christenen samenkwamen (Handelingen 20:7; 1 Korintiërs 16:2).

Nr.MaandOngeveerOpmerking
1Abib (later Nisan)maart en aprilMaand van het Pesach. Abib staat in Deuteronomium 16:1, Nisan in Nehemia 2:1 en Ester 3:7.
2Zivapril en mei1 Koningen 6:1, begin van de bouw van de tempel.
3Sivanmei en juniEster 8:9.
4de vierde maandjuni en juliOnze tekst noemt deze maand alleen met het nummer.
5de vijfde maandjuli en augustusOnze tekst noemt deze maand alleen met het nummer.
6Elulaugustus en septemberNehemia 6:15, de muur van Jeruzalem voltooid.
7Etanim (de zevende maand)september en oktober1 Koningen 8:2. Maand van Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest.
8Buloktober en november1 Koningen 6:38, de tempel gereed.
9Kislevnovember en decemberNehemia 1:1 en Zacharia 7:1.
10Tebetdecember en januariEster 2:16.
11Sjevatjanuari en februariZacharia 1:7.
12Adarfebruari en maartEster 3:7 en 9:1, de maand van Poerim.

Israël telde de maanden vanaf de lente, met Abib of Nisan als eerste maand. De maanden volgden de maan en begonnen bij nieuwe maan, daarom is de moderne maand bij benadering. Soms werd er een schrikkelmaand ingevoegd om bij de seizoenen te blijven. Namen die onze tekst niet gebruikt, staan hier met hun nummer.

Feesten en bijzondere jaren

Pesach en het feest van de ongezuurde broden. Herdenking van de bevrijding uit Egypte met het pesachlam en brood zonder zuurdesem. Eerste maand (Abib of Nisan): het Pesach op de veertiende dag tegen de avond, daarna zeven dagen ongezuurde broden, van de vijftiende tot en met de eenentwintigste. Exodus 12; Leviticus 23:5-8.

Wekenfeest (Pinksteren). Oogstfeest aan het eind van de graanoogst, in het Nieuwe Testament het Pinksterfeest. Vijftig dagen na het Pesach, in de derde maand (Sivan). Leviticus 23:15-21; Deuteronomium 16:9-12; Handelingen 2:1.

Loofhuttenfeest. Feest van de laatste oogst, waarbij het volk in hutten woont ter herinnering aan de tocht door de woestijn. Zevende maand, vanaf de vijftiende dag, zeven dagen lang. Leviticus 23:33-43.

Grote Verzoendag. Dag van vasten en verzoening, waarop de hogepriester voor de zonden van het volk bloed in het heiligdom brengt. Zevende maand, tiende dag. Leviticus 16 en 23:26-32.

Nieuwemaan. Begin van de maand, gevierd met extra offers en trompetgeschal, soms ook met een feestelijke maaltijd (1 Samuël 20:5). Elke maand, op de eerste dag. Numeri 10:10 en 28:11-15.

Vernieuwingsfeest (tempelwijding). Herdenking van de heropening van de tempel in 164 voor Christus, nu Chanoeka genoemd. Dit feest staat niet in het Oude Testament. Negende maand (Kislev), vanaf de vijfentwintigste dag, acht dagen lang, in de winter. Johannes 10:22.

Poerim. Feest van de redding van de Joden in Perzië, genoemd naar het poer, het lot dat Haman wierp. Twaalfde maand (Adar), veertiende en vijftiende dag. Ester 9:20-32.

Sabbatsjaar. Jaar waarin het land rust, er niet gezaaid wordt en schulden worden kwijtgescholden. Elk zevende jaar. Leviticus 25:1-7; Deuteronomium 15:1-2.

Jubeljaar. Jaar van vrijheid waarin slaven vrijkomen en ieder terugkeert naar zijn eigen grond. Elk vijftigste jaar, uitgeroepen op Grote Verzoendag. Leviticus 25:8-17.

← Terug naar de startpagina