Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Micha 5

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Nu, verzamel je in slagorde, jij stad vol strijdrumoer! Men slaat het beleg om ons heen; met een stok slaat men de rechter van Israël op de wang.

Maar jij, Betlehem-Efrata, te klein om onder de duizendtallen van Juda mee te tellen, uit jou zal voor mij iemand voortkomen die over Israël zal heersen, wiens oorsprong ligt in het verre verleden, in lang vervlogen dagen. Daarom geeft hij hen prijs tot de tijd dat zij die baren moet, gebaard heeft; dan zullen de overigen van zijn broeders terugkeren naar de Israëlieten. Hij zal opstaan om te weiden door de macht van de HEER, in de majesteitelijke naam van de HEER, zijn God; dan wonen zij onbedreigd, want zijn grootheid reikt tot de uiteinden van de aarde.

En dit zal de vrede zijn: als Assyrië ons land binnendringt en onze burchten betreedt, stellen wij zeven herders tegen hem op, ja acht vorsten uit het volk. Met het zwaard zullen zij Assyrië weiden, het land van Nimrod tot in zijn poorten; zo redt hij ons van Assyrië, wanneer dat ons land binnenvalt en onze grens overschrijdt.

De rest van Jakob zal te midden van vele volken zijn als een dauw die van de HEER komt, als motregen op het groen, die niets van een mens verwacht en niet op stervelingen rekent. De rest van Jakob zal onder de naties, te midden van vele volken, zijn gelijk een leeuw tussen de wilde dieren van het bos, gelijk een jonge leeuw te midden van schaapskudden; trekt hij eroverheen, dan vertrapt en verscheurt hij, en er is geen redder. Moge uw hand zich verheffen boven uw tegenstanders, en al uw vijanden worden uitgeroeid.

Op die dag, luidt het woord van de HEER, roei ik je paarden uit je midden uit en vernietig ik je strijdwagens. Ik zal de steden van je land wegvagen en al je vestingen slechten. Ik zal de toverkunsten uit je hand wegnemen, en waarzeggers zul je niet meer hebben. Ik zal je godenbeelden en je gewijde stenen uit je midden verwijderen, zodat je je niet langer neerbuigt voor het maaksel van je eigen handen. Je gewijde palen ruk ik uit je midden weg en je steden leg ik in puin. In toorn en woede zal ik wraak nemen op de volken die niet geluisterd hebben.

← Micha 4Micha 6 →