Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Micha 6

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Hoor toch wat de HEER zegt: sta op en bepleit je zaak ten aanhoren van de bergen, laat de heuvels je stem vernemen. Luister, bergen, naar het pleit van de HEER, en jullie onwrikbare grondvesten van de aarde; want de HEER voert een rechtsgeding met zijn volk en gaat met Israël in het gericht. Mijn volk, wat heb ik je misdaan? Waarmee heb ik je belast? Antwoord mij! Ik heb je immers uit Egypte geleid en je uit het slavenhuis vrijgekocht; ik zond je Mozes voorop, met Aäron en Mirjam. Mijn volk, denk toch aan wat Balak, de koning van Moab, van plan was en wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde; herinner je de tocht van Sittim naar Gilgal, zodat je de heilsdaden van de HEER erkent.

Waarmee moet ik voor de HEER verschijnen en mij buigen voor de God in de hoge? Zal ik komen met brandoffers, met eenjarige kalveren? Zou de HEER behagen scheppen in duizenden rammen of in tienduizenden oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene afstaan voor mijn overtreding, de vrucht van mijn lichaam voor mijn eigen zonde? Hij heeft je bekendgemaakt, mens, wat goed is; en wat anders verlangt de HEER van je dan het recht te betrachten, de trouw lief te hebben en bescheiden je weg te gaan aan de zijde van je God?

De stem van de HEER roept tot de stad, en wie wijs is heeft ontzag voor uw naam: let op de roede en op hem die haar bestemd heeft. Zijn er in het huis van de goddeloze nog altijd schatten door onrecht verkregen en de te krappe, verfoeilijke efa? Kan ik onschuldig achten wie met een bedrieglijke weegschaal en een buidel vol valse gewichten werkt? Haar rijken zijn doortrokken van geweld, haar inwoners spreken leugentaal, en bedrog ligt op hun tong.

Daarom heb ook ik je met slagen getroffen, je verwoest om je zonden. Eten zul je, maar niet verzadigd raken; je honger blijft in je binnenste knagen. Je zult wegbergen zonder iets te behouden, en wat je toch bewaart, geef ik aan het zwaard prijs. Zaaien zul je, maar niet oogsten; olijven persen, maar je niet met olie zalven; jonge druiven treden, maar geen wijn drinken. Want men houdt zich aan de voorschriften van Omri en aan alles wat het huis van Achab deed, en jullie volgen hun raadgevingen op. Daarom geef ik je prijs aan verwoesting en haar inwoners aan spot; de hoon van mijn volk zullen jullie dragen.

← Micha 5Micha 7 →