Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 29

Een psalm van David.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Breng aan de HEER, hemelse wezens, breng aan de HEER glorie en macht.

Breng aan de HEER de glorie die zijn naam toekomt;
werp je voor de HEER neer in heilige feestdos.

De stem van de HEER galmt over de wateren;
het is de God vol glorie die dondert, de HEER boven de geweldige watermassa’s.

De stem van de HEER klinkt vol kracht, de stem van de HEER klinkt vol verhevenheid.

De stem van de HEER splijt de ceders;
ja, de ceders van de Libanon slaat de HEER aan stukken.

Hij laat de Libanon opspringen als een kalf en de Sirjon als een jonge wilde stier.

De stem van de HEER slaat vlammen van vuur naar buiten.

De stem van de HEER doet de woestijn schokken;
de HEER doet de woestijn van Kades beven.

De stem van de HEER doet de hinden ineenkrimpen en rukt de bossen kaal;
en in zijn tempel roept alles wat er is: “Glorie!”

De HEER heeft zijn zetel boven de vloed ingenomen;
als koning zetelt de HEER voor altijd.

De HEER schenkt kracht aan zijn volk;
de HEER zegent zijn volk met vrede.

← Psalm 28Psalm 30 →