Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 30

Een psalm; een lied bij de inwijding van de tempel, van David.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Ik verhef u, HEER, want u hebt mij omhooggetrokken en mijn vijanden geen reden gegeven om over mij te juichen.

HEER, mijn God, ik heb u om hulp geroepen, en u hebt mij weer gezond gemaakt.

HEER, u hebt mij uit het dodenrijk naar boven gehaald, u hebt mij in leven gehouden, zodat ik niet in de grafkuil neerdaalde.

Zing voor de HEER, jullie die hem toegewijd zijn, en breng dank aan zijn heilige naam.

Zijn woede duurt maar een ogenblik, maar zijn goedgunstigheid een heel leven lang;
’s avonds komt het geween op bezoek, maar tegen de ochtend klinkt er gejuich.

In mijn onbezorgdheid had ik gedacht: “Nooit zal ik aan het wankelen slaan.”

HEER, door uw gunst had u mijn berg onwrikbaar overeind gezet;
maar toen u uw gelaat verborg, sloeg mij de schrik om het hart.

Tot u, HEER, bleef ik roepen, en tot mijn Heer bleef ik smeken:

“Wat voor nut heeft mijn bloed wanneer ik neerdaal in de groeve? Kan het stof u soms lofprijzen? Kan het uw trouw verkondigen?

Luister naar mij, HEER, en wees mij genadig;
HEER, wees degene die mij helpt.”

Mijn rouwklacht hebt u omgezet in een reidans, mijn rouwgewaad losgemaakt en mij met vreugde omgord,

zodat mijn ziel voor u zingt en niet blijft zwijgen. HEER, mijn God, voor eeuwig zal ik u dankzeggen.

← Psalm 29Psalm 31 →