Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 53

Voor de koorleider. Op de wijze van machalat. Een onderwijzing van David.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Bij zichzelf zegt de dwaas: “Er bestaat geen God.” Verdorven zijn zij, en gruwelijk is hun onrecht;
niemand is er die het goede doet.

Vanuit de hemel buigt God zich over de mensenkinderen, speurend of er één met inzicht is, één die naar God vraagt.

Zij zijn allemaal afgedwaald en samen ontaard;
er is niemand die goeddoet, echt niet één enkele.

Beseffen zij dan werkelijk niets, al die onrechtplegers, die mijn volk verorberen zoals men brood verorbert, en die God niet aanroepen?

Daar sloeg hun de schrik om het hart, terwijl er niets te vrezen viel;
want God verstrooide het gebeente van wie jou belegerde. Jij bracht hen te schande, omdat God hen had verworpen.

Laat uit Sion toch de redding voor Israël komen! Wanneer God het lot van zijn volk ten goede keert, dan jubelt Jakob en verheugt Israël zich.

← Psalm 52Psalm 54 →